GESCHIEDENIS

In de Middeleeuwen was bier een veel voorkomende drank. Putwater was veelal geïnfecteerd en bier drinken was een veilig alternatief. Bier bevat namelijk hop en alcohol en, zeer belangrijk, bij het brouwen wordt het water gekookt. Het alcoholgehalte was in die tijd laag omdat van de mensen verwacht werd dat ze ook ’s namiddags nog goed konden presteren tijdens hun arbeid.

Bier werd al gauw heel populair en sommige mensen namen het ook mee naar huis. Vandaag is dit niet anders en is er een continu spanningsveld tussen de consumptie thuis en op café.

Onder de Franse overheersing, in 1797, werden de kanunniken verplicht de abdij te verlaten. Alle gronden en goederen werden geconfisqueerd door de overheid en geveild. Hoewel de kanunniken later naar de abdij konden terugkeren, kwam tijdens deze woelige periode ook een eind aan het bierbrouwen.

Een tiental jaar geleden vroeg brouwer Joris Brams, die opgroeide in de schaduw van de Abdij van Park, zich af waarom de norbertijnen geen bier produceerden. Hij wist dat vroeger in de abdij, naast de molen die het graan maalde, bier werd gebrouwen. Uiteindelijk bracht hij in 2012 in overleg met de kanunniken het bier “Heverlee”-bier op de markt. Dat groeide intussen uit tot een succesverhaal in het buitenland. De verkoop ervan zorgt voor een relevant inkomen voor de Abdij van Park. Het bier Heverlee, waarvan nu al meer dan 16 miljoen pintjes per jaar worden verkocht, wordt gebrouwen bij de familiale brouwerij Martens.

Heverlee bier

In 2017 staken de paters van de Abdij van Park en Joris Brams de koppen opnieuw bij elkaar. Er werd beslist om de brouwerij zorgvuldig te restaureren en op de originele plaats herop te bouwen. BW Process, een Belgisch bedrijf gespecialiseerd in de productie van brouwerijmateriaal, stelde zijn ervaring en kennis ten dienste van ons project en bracht tal van vernieuwende ideeën aan. Hiermee wordt opnieuw aangeknoopt met een andere eeuwenoude traditie van onze Abdij, namelijk het toepassen van innovatieve en duurzame oplossingen.

In de Abdijbrouwerij van Park worden slechts heel kleine hoeveelheden bier geproduceerd met lokale grondstoffen volgens eeuwenoude principes. Eén brouwsel is 1000 liter. Er worden uitsluitend gebruik gemaakt van bio-ingrediënten en kruiden die op de abdij zelf groeien. Bij het brouwen volgen wij de seizoenen. Het graan wordt gemalen in de nabijgelegen watermolen. Daar kunnen de bieren ook geproefd worden.

De brouwerij heet “Braxatorium Parcensis”, wat “Brouwerij van Park” betekent in het Latijn. De bieren die er gebrouwen worden zijn waarachtige abdijbieren want ze worden – net zoals het geval is met de trappistenbieren – geproduceerd binnen de muren van de abdij, en niet door een commerciële, seculiere brouwerij die aan een abdijgemeenschap licentieroyalty’s betaalt voor het gebruik van de naam van de abdij.

De bieren worden lokaal verkocht. De jaarlijkse maximumcapaciteit van de Abdijbrouwerij van Park bedraagt ca. 2000 hectoliter.

Het allereerste bier dat in de nieuwe abdijbrouwerij wordt gebrouwen is Libertus, genoemd naar de invloedrijke abt Libertus De Paepe die van 1648 tot 1682 de Abdij bestuurde. Later zullen nog namen van andere personen volgen die veel voor de Abdij van Park betekend hebben. Ook hier geldt het adagio van de Abdij “Ne Quid Nimis”.

Ne Quid Nimis. Alles met mate. Niets in overvloed.

Verkoop van de inboedel van de brouwerij in 1828 De ondergetekende P. Lauwers, religieus van de voormalige abdije van Perck bij Leuven van den eenen kant, en Mijnheer Lodewijk Vrancx, brouwer van den anderen kant zijn overeengekomen tot het verkoopen der brouwerije in voorzijde abdije staande, beneffens heur toebehoertens als volgt. De eerst genoemde te leveren.

  1. alle de gereetschappen bestaande in backken, cuijpen en gooten hem die te verkoopen voor de som van vijff hondert veertig gulden Brabants courant geld.
  2. de ketels a rato van eenen frank het Brabants pond te wegen in de stadswage te Loven
  3. de tweede genoemde verplight zich alles op zijnen kost te doen losmaken ende trappen welke moeten uitgebroken worden in den voorigen staat te stellen.
  4. de zelve tweede genoemde verplicht zich deze gehele en globale somme te betalen aen den eerstgenoemde vier à vijff dagen voor het wegvoeren der gezegde meubelen welke zal geschieden voor eerste april 1800 negen twintig.

Aldus gedaan en vastgesteld te Brussel den 17 october 1800 achten twintig, om uitgevoert te worden na bestaande reghten dezes rijks. P. Lauwers & L. Vrancx. (III A6.53)